Reflectie Andrew Keen Hoofdstuk 6 & 9
december 16, 2009
Door Sander Bruggeman
Het downloaden van muziek en films is slecht. Dat weet iedereen, nu dan ten minste. Andrew noemt de onwetende illegaal downloadende mensen nog net geen criminelen, maar daar scheelt niet veel aan. Mensen die nu willens en wetens muziek en films downloaden zijn slechte mensen. Andermans ideeen over het delen van digitale producten op het internet worden als belachelijk weggezet en niet eens bediscussieerd.
Wanneer Andrew over plagiaat van studenten begint, ben ik op dat punt met hem eens. Op het punt dat plagiaat door studenten, wanneer zij informatie klakkeloos van het internet overnemen, slecht is. Maar wel omdat het plagiaat is en niet omdat dit nou net plagiaat van internetbronnen is. Dat informatie nu overal op het internet heel makkelijke toegankelijk is, is een van de beste ontwikkelingen van web 2.0, naar mijn mening. Niet meer uren in de bibliotheek het alfabet afgaan om thuis te komen met een boekje, waarin je uren loopt te zoeken naar dat wat jou interesseert (omdat je geen ctrl+f kunt gebruiken (daar raak je nogal aan gewend)).
Hierna begint Andrew over het gokprobleem bij jongeren (wat dit met de rest van het boek, amateurs en piraterij op het internet, heeft te maken weet ik niet. Misschien begint hij nu gewoon aan alle, volgens hem, negatieve kanten van web 2.0). Het is een groot probleem, waar veel geld in omgaat. Geld verloren wordt ook. Online poker neemt het leven van jongeren over waardoor ze, grof maar duidelijk gezegd, in de shit raken. Het is een verslaving, zoals alle andere verslavingen. Jawel, dat is waar. En het is een probleem. Maar weer is web 2.0 niet de oorzaak. De aanleiding misschien, maar de oorzaak is de hype. Zoals hypes al tijden mensen verslaafd maakt. De ene keer is dit niet zo erg, de andere keer kan dit wel nare gevolgen hebben. Online poker is zeker een van die laatste. Andrew Keen wil natuurlijk weer verbieden. Mensen zijn niet te vertrouwen en kunnen zelf geen goede keuzes maken. Dat dreunt door het hele boek door. En dat is waarom ik het een naar boek vind. Een internet vol met restricties en regels die alles waar het internet voor staat (een zekere vorm van vrijheid) teniet doet. Jammerlijk.
Nog even gaat Andrew door met het voorstellen van verboden. Seks op het internet bijvoorbeeld. Want ook daar is web 2.0 de veroorzaker van. Porno is zo toegankelijk geworden dat mensen er verslaafd aan raken. Mensen met kwade (seksgerelateerde) bedoelingen hebben vrij spel. Zo zwart/wit wordt het weer geschetst. Zo zwart/wit is het niet. Seks was er al voor het internet, seksverslaving net zo goed. En voor een groot deel geloof ik best dat deze vrije toegankelijkheid mede heeft gezorgd voor het verdwijnen van enkele taboes en overdreven ‘preutserigheid’. Misschien is het wel helemaal niet zo slecht dat pubers stiekem wat (vaak toch nog wel softe) porno opzoeken. Seks is niet allemaal slecht. Ze worden op die leeftijd nou eenmaal nieuwsgierig, dan horen ze er wat van te leren. En op deze manier doen ze dat zelf. Dat er misbruik gemaakt wordt van de toegankelijkheid van internet en het gemak om met andere mensen (en dus ook kinderen) in contact te komen probeer ik geenzins goed te praten, maar weer is web 2.0 hier geen oorzaak van. Die mensen waren allang gestoord. En daarbij, je hoort die bepaalde groep mensen aan te pakken, niet het internet, zodat iedereen er uiteindelijk toch last van heeft.
Slecht, slecht, slecht. Verderf en verslavingen brengt dat web 2.0 met zich mee. Het is wel erg makkelijk om op deze manier al deze dingen op web 2.0 te schuiven. Hij doet dat dan ook erg makkelijk, zonder het, naar mijn mening, erg goed te onderbouwen. Wat zouden de betreffende mensen doen wanneer er geen web 2.0 tot hun beschikking was? Zag hun leven er dan wel rooskleurig uit? Hadden ze op een andere manier hetzelfde gedaan? Of zou het misschien nog erger zijn? Ik denk, dat het niet vaak dat eerste zal zijn.
In hoofdstuk 9 heeft Andrew Keen het over de invloed van web 2.0 tijdens de afgelopen presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Hij verteld over mensen die hem voorspelden dat deze verkiezingen de youtubeverkiezingen zouden worden. Youtube, en al het andere wat web 2.0 met zich meebrengt, zouden een grote invloed hebben op de uitslag van de verkiezing. Andrew Keen voorspelde dat dit niet zou gebeuren. En dat hij dit niet hoopte. Nu, terugkijkend, beweert Andrew dat dat inderdaad niet het geval is geweest. Een minimale invloed zouden websites als YouTube hebben gehad.
Het is maar hoe je het bekijkt. Het zal geen doorslaggevende factor geweest zijn, maar een grote invloed kan het desalniettemin wel gehad hebben. Niet voor niks heeft Obama youtubefilmpjes en zelfs een iPhone-applicatie gemaakt om zijn standpunten bij het gehele volk te krijgen. Obama was hier van de presidentskandidaten het meest mee bezig, met het populair worden via het internet, en wie heeft er gewonnen? Of dit hierdoor was valt te betwijfelen, maar dat heeft geloof ik niemand ooit beweerd. Het heeft vast wel geholpen.
Andrew blij, web 2.0 heeft de wereld nog niet overgenomen. Web 2.0, the barer of all evil.
Ik hoop dat de volgende verkiezingen nog veel meer over het internet zullen plaatsvinden. Voor iedereen toegankelijk en zo kunnen de presidentskandidaten hun boodschap ook veel meer op het publiek afstemmen. Go web 2.0!
Andrew Keen – Hoofdstuk 7 & 8
december 9, 2009
(Nu net na het publiceren zie ik dat ik de verkeerde hoofdstukken (hoofdstuk 7 & 8 in plaats van hoofdstuk 6 & 7 heb gereflecteerd. Sorry hiervoor, de laatste reflectie over het boek zal van hoofdstuk 6 zijn.)
Door Sander Bruggeman
Privacy op het internet en dan in het bijzonder onze financiële gegevens, daar gaat het over in hoofdstuk 7 van het boek “The Cult Of The Amateur”. De titel “solutions” van hoofdstuk 8 was tegelijk zowel verrassend als hoopgevend, Andrew Keen die niet alleen zeurt, maar ook met oplossingen komt? Ongelooflijk. Maar daar kom ik zo weer op.
Gegevens die door internetgebruikers op het internet worden ingevuld, worden vaak opgeslagen. Soms weten de internetgebruikers dit, maar soms ook helemaal niet. Zoekmachines bijvoorbeeld: veel mensen weten niet dat de meeste zoekmachines alles wat jij typt opslaan. Alles wordt doorgestuurd naar een grote database, waar netjes wordt bijgehouden waar jouw persoonlijke voorkeuren liggen en wat jouw andere persoonlijke gegevens zijn. Hiermee kunnen ze hun advertenties beter op jou afstemmen. Op zich misschien niet zo’n probleem, wanneer er extreem zorgvuldig met deze gegevens om zou worden gegaan en deze inderdaad alleen gebruikt zouden worden voor deze doeleinden en ze verder ook niet bij andere mensen terecht zouden komen.
Helaas is dit niet altijd het geval, er zijn vele voorbeelden te vinden van hackers die gegevens van zoekmachines en andere websites (vaak nog gemakkelijk ook) los weten te peuteren en deze verspreiden en/of met slechte intenties gebruiken. Vaak draait het om geld. Een identiteit wordt gestolen, waarbij dus ook de financiële identiteit van de gedupeerde, en deze identiteit wordt misbruikt. Waarna de gedupeerde vaak met een grote schuld achterblijft.
Dit gebeurt veel te vaak en zonder dat mensen dit weten. Maar wat kan hier nou aan gedaan worden? In hoofdstuk 8 lijkt Andrew Keen daadwerkelijk met enkele oplossingen te komen!
Helaas valt het me tegen. Met wat voorbeelden lijkt hij te willen laten blijken dat mensen die dit overkomt gewoon niet goed hebben nagedacht. Een voorbeeld van een jongen die wel op tijd inzag dat het niet goed zag moet dit laten blijken. Enkele voorbeelden van professionals die gratis producten aanbieden, en toch verdienen aan de advertentie-inkomsten spreken zijn eigen standpunten eerder in het boek gemaakt tegen. Misschien heb ik het niet helemaal begrepen, maar het lijkt hier alsof Andrew gratis producten van professionals aanprijst.
Tegen het einde van het boek heeft Andrew het nog even over kinderen. De generatie die veel tijd op het internet doorbrengt en dus moet oppassen. Ouders moeten hun kinderen in de gaten houden. Andrew noemt het een strijd, ik zou het ‘het ouderschap’ en dus vanzelfsprekend noemen. Als ouders hun kinderen te lang en zonder toezicht op het internet laten gaat het vanzelf eens fout. Maar dat is in elk opzicht zo. Kinderen moeten nou eenmaal in de gaten worden gehouden, ook wanneer ze internetten. Dat hoort gewoon bij het ouderschap. En soms gaat het eens goed fout, daar kan ik zelf ook over meepraten, mijn ouders hebben eens een rekening van 700 euro gekregen toen ik via een inbelverbinding van een duistere website het internet op ging nadat mijn ouders internet overdag hadden verboden (in de tijd van piepende en krakende modems en toen je nog per minuut voor je internet betaalde).
Als afsluiter nog een pessimistisch verhaaltje van Andrew over web 2.0. Zoals ik dit hele boek al heb lopen zeuren zal internet 2.0 ons alleen maar slechts brengen. Goed, point taken, ik persoonlijk ben blij dat het boek hier ophoudt. The End.
Reflectie hoofdstuk 4 & 5 – The Day That Music Died
december 2, 2009
Door Sylvia Gruijs
Andrew Keen, The Cult of the Amateur
Het blijft een beetje langdradig allemaal. Allemaal voorbeelden van, denk ik, voor mijn tijd of Amerikaanse onbekende bands en producties. Of ik weet gewoon totaal niets van muziek af, kan natuurlijk ook. Hij heeft gelijk dat de muziekindustrie dood aan het gaan is, in de loop der tijd. Mensen gaan meer downloaden. Mensen willen niet meer €20,- voor een cdtje neertellen, als alles met een muisklik gedownload kan worden. Weinig mensen die aan de concequenties denken voor de muziekindustrie. Máár, er zijn ook altijd nog mensen die wél cd’s kopen. Als ze een band leuk vinden of fan zijn, kopen ze de cd meestal toch echt wel. Ik kan me er iets bij voorstellen dat men eerst een paar nummers download om te kijken of het wat is voordat ze meteen een cd kopen. Dat doe ik zelf ook. Vind ik het niet spectaculair genoeg, dan koop ik het niet. Simpel. Dat heb je nu eenmaal met de mogelijkheden van Web 2.0. Ik moet wel eerlijk zeggen, dat ik voor pakjesavond met Sinterklaas dit jaar voor het eerst in 5 jaar een cd krijg (eigenlijk koop). Wat ik zou zeggen tegen Andrew Keen over Web 2.0: Live with it. Je kunt het niet veranderen, technologieën “evolueren” nou eenmaal. Alles wordt beter (hoewel je dit vanuit verschillende opzichten kunt bekijken), sneller en mooier. En vooral meer mogelijkheden. Via het internet kunnen beginnende artiesten wel een opstap maken om . Er zijn genoeg leuke bandjes die niet zo bekend zijn, maar wel hele goede muziek maken. Dat soort bandjes vind ik persoonlijk leuker dan dat uitgekauwde popmuziek van de, voor mij, eigenlijk ‘oude generatie’ popmuziekanten. Je weet wel, Beyoncé, Britney Spears, etc. Mensen beslissen zelf of ze wel of niet iemand goed vinden, beslissen zelf of ze wel of niet de cd kopen, of het het geld waard is. Concerten worden nog altijd gegeven, uitverkocht in de meeste gevallen. Aangezien als ik een keer naar een concert wil, ik altijd te laat ben na 2 – 3 dagen, omdat het al uitverkocht is. Er is altijd wel een manier om geld te verdienen. En aangezien de mogelijkheden van Web 2.0 zo uitgebreid zijn, en worden, wordt er vast wel iets op verzonnen om via het web geld te verdienen voor de artiesten. Plus, na jaren van gezeur over de muziekindustrie: het bestaat altijd nog steeds. Begin maar met klagen als het echt nodig is, want zo te zien houden ze het nog wel even uit. Dat neemt niet weg dat ik denk dat de muziekindustrie over een paar jaar toch wel gewoon echt gaat afnemen en verdwijnt. Dat iedereen gewoon voor zichzelf gaat, iets in die richting, zoals het nu al gebeurd op YouTube. Het publiek wordt de maker. Maar een tijdschatting ga ik niet maken, daar is het nog te vroeg voor.
Reflectie Andrew Keen – The Cult Of The Amateur, Hoofdstuk 2
november 25, 2009
Door Sander Bruggeman
Fijn dat Andrew Keen heel goed weet hoe het allemaal níet moet. Weer trapt hij overal tegenaan, deze keer in het bijzonder tegen Wikipedia, de online encyclopedie waaraan iedere internetgebruiker zijn steentje kan bijdragen. Helaas komt Andrew nog steeds niet met oplossingen of in ieder geval met ideeën over hoe het dan wél zou moeten. Het internet is er, dus überhaupt geen gebruik maken van de functies die het internet biedt is geen optie. Het internet is een grote interactieve omgeving geworden, dat valt niet te ontkennen en natuurlijk wordt hier gebruik van gemaakt. Nee, hier wordt niet altijd op de beste manier gebruik van gemaakt, want inderdaad, Wikipedia is niet een erg betrouwbare bron, omdat iedere amateur kan bijdragen. Ik ben het met hem eens dat Wikipedia te ver gaat in het toevertrouwen van de amateur, amateurs hebben het helaas nog vaak niet bij het rechte eind. Zelf heb ik ook al eens gemerkt dat de informatie die ik op Wikipedia vond incorrect of onvolledig was. Ik heb Wikipedia als bron voor verslagen of andere belangrijke onderzoeken dan ook afgezworen. En ik vind inderdaad ook dat anderen dat ook zouden moeten doen. Voor andere doeleinden daarentegen kan Wikipedia erg handig zijn. Dagelijkse weetjes, trivia, of betekenissen van woorden.
Maar weer valt Andrew veel te veel de mensen aan die Wikipedia levend houden. Is het niet aan de mensen zelf om te beslissen of ze hun informatie van Wikipedia halen? Moeten mensen die een verslag over, ik noem maar wat, mitose schrijven niet zelf bepalen of ze daar Wikipedia voor gebruiken of een boek over mitose geschreven door een expert op dit gebied? Kom op, Andrew, heb wat vertrouwen in de keuzes van mensen.
Reflectie Intro & Chapter 1
november 18, 2009
Intro
Monkey’s en typewriters, monkey’s en typewriters. En nog wat meer monkey’s. Na het lezen van de intro voel ik me toch een beetje verward. Monkey’s? Typewriters? Waarom gewoon niet to-the-point, dat scheelt een hoop gelamzwans en bladzijdes om te lezen voor mij. Internet en de gebruikers worden vergeleken met typmachines en apen, maar ik vind dat een slechte vergelijking. En wat Huxley ineens komt doen weet ik ook niet. Het hele stuk komt zo oppervlakkig over, ik weet niet of het komt omdat hij het steeds over die monkey’s heeft (waar hij blijkbaar ons mee bedoeld), maar dat irriteert me wel. Ook vind ik het vrij achterhaald, hoewel dat misschien is omdat het boek al 4 jaar oud is. Het is altijd het standaard riedeltje oude media gaan dood en nieuwe media nemen over en zijn slecht voor de samenleving. Om het maar even zo kort door de bocht te zeggen (wat eigenlijk bijna een samenvatting is van de hele intro!). Zo dramatisch zijn de media nog niet veranderd in die vier jaar naar mijn idee. Niet zo erg als dat hij verwachtte, wat hij dan wel toegegeven heeft. En de kranten bestaan ook nog.
Chapter 1
Kort samengevat: Het verschil tussen de auteur en het publiek wordt steeds kleiner. Hij heeft een punt met de ‘blurring line’ tussen auteurs en publiek. Aangezien het inderdaad zo is dat veel van dat publiek zelf de auteur wordt. Maar hij zegt dit over iedereen. O ja? Iedereen? Dat is naar mijn mening een grote fout. Je propt mensen niet in hokjes. Niet iedereen is hetzelfde en handelt hetzelfde met de verandering van de media. Ik doe zelf bijvoorbeeld niet mee aan dat bloggen, twitteren en alles. Ik lees ook gewoon nog de krant, koop ook gewoon cd’s en films. En, ja, ik download ook veel. Ik ben het deels met hem eens. De kwaliteit en betrouwbaarheid verslonst, ik wil zelf ook voor werkstukken informatie waar ik iets aan heb. Aan de andere kant vind ik dat hij wel erg doordramt en zeurt over het feit dat het allemaal zo verschrikkelijk erg is (vindt hij dan) en ons daarvan probeert te overtuigen, tenminste dat ik wat ik aanneem wat hij doet. Zoals je nu in de hedendaagse maatschappij ziet is het een stuk minder erg dan verwacht. We zitten bijna nog op hetzelfde niveau als vier jaar geleden. Plus, wie zegt dat kranten wél altijd gelijk hebben, dat boeken betrouwbaarder zijn? Aangezien ook in de krant het voorkomt dat er zeven verschillende oorzaken worden genoemd van een familiedrama, om even een voorbeeld te geven. De amateurs nemen het over en het Web 2.0 is slecht daar komt het op neer. Weer wordt iedereen in een hokje gezet, meteen bestempeld als amateur. Deze mensen hebben misschien wel degelijk een goede opleiding, hebben echt onderzoek gedaan en doen er wat aan om hun blog zo betrouwbaar te maken als maar kan. Niet alles is gelamzwans. Ook het feit dat je er geen geld mee kunt verdienen: “Voor al het werk dat je doet zou je geld moeten krijgen”. Iemand die op internet blogs maakt, is er denk ik niet uit om bakken met geld te verdienen nee. Ze zullen zelf ook wel snappen dat je daar niet rijk van wordt. En weer komen de verdomde monkey’s in beeld, waarvan ik denk dat hij toch ons bedoeld; “Monkey’s, de generatie Web 2.0 die als sukkelaars achter de laptop zitten te klikken en doen”. Ik kan kritiek blijven geven, maar dit is hoe ik het ervaar en hoe ik erover denk.