Ons vertrouwen is groot

januari 27, 2010

Er was eens een oneindig groot land dat steeds maar groter werd en waar nauwelijks regels golden. Dit oneindig grote land had een koning en die koning heette Google. Koning Google werd door zijn onderdanen, zijn vele, vele onderdanen, aanbeden en zijn kennis werd door maar weinig in twijfel getrokken. Op elke vraag had koning Google binnen enkele seconden een antwoord van meerdere pagina’s. Nooit rekende de koning iets voor deze pagina’s vol met antwoorden. Er zat enkel een reclamefolder tussen de pagina’s. Toch waren er daar enkelen die wel kritiek durfden te hebben. Kreeg koning Google niet teveel macht en vertrouwen en verstoorde hij de markt (in het oneindig grote land, maar ook daarbuiten) niet met al zijn gratis diensten?

Door Sander Bruggeman

“Mevrouw van der Eijnde zei dat we haar wel mochten toutoyeren (schrijf je dat zo?)” “Google zegt ‘Bedoelde u: tutoyeren?’” “Ja, we mochten haar dus tutoyeren.” Een op zich fictief gesprek over de chat, maar ik kan mij veel van dit soort gesprekken heugen. Woordenboeken blijven stof verzamelen in de kast, Google neemt trots zijn plaats in. Niet alleen voor het spellen van woorden wordt er blindelings vertrouwd op de kennis van Google, maar ook zeker voor alle alledaagse weetjes. En vaak zelfs voor ‘research’ en in feite ook voor een deel voor dit essay.

Het zal niet letterlijk door de hoofden van internetgebruikers schieten, maar ongemerkt twijfelt niemand aan de kennis van Google. We vertrouwen blindelings op de kennis van Google. Google heeft altijd gelijk. Maar weinig mensen kunnen dit ontkennen zonder te liegen. En even afgezien van de sporadische kritieken over de omgang met privégegevens van Google-gebruikers door Google, geldt nog steeds de regel ‘Google equals Good’. Google hanteert een marketingstrategie die ook wel (in elk geval door Chris Anderson1) ‘freeconomics‘ wordt genoemd. Zo goed als alles wat Google aanbiedt qua diensten is compleet gratis te gebruiken. Dit is mogelijk door de ontwikkeling van het wereldwijde web, het internet. Was alles al goedkoper op het internet, door steeds maar dalende prijzen van bandbreedte en opslag, wordt het nu nog steeds gemakkelijker om gratis diensten aan te bieden en hier toch geen verlies op te maken. Er wordt indirect verdient op de gebruikers van de diensten. Deze manier van marketing is de toekomst, zegt Anderson. In feite is dit zelfs al een beetje zo. Google rekent niks, omdat het ze ook weinig tot niets kost om de diensten beschikbaar te houden. Zo rekenen radio en televisie in feite ook niks, en rekenen kranten vaak slechts de kosten van het drukken en het papier. Er wordt verdient met de advertenties, dat is al heel lang zo.

Goed, dit is dus waarschijnlijk een van de redenen dat Google zo gemakkelijk door mensen gebruikt wordt. Doordat alles gratis is, is de drempel om de diensten te gebruiken veel lager dan de betaalde diensten. Gratis is een vies woord, vindt Andrew Keen. In zijn boek ‘The Cult Of The Amateur, How Todayʼs Internet Is Killing Our Culture and Assaulting Our Economy’2 bepleit hij dat niemand ooit gratis diensten aan zou moeten bieden. Door alle amateurbijdragen aan het internet, is het verschil met de gratis professionele diensten niet meer te zien. Internetgebruikers vertrouwen teveel op de bijdragen van deze amateurs. “Diensten als Google zullen zeer waarschijnlijk niet de schoenen kunnen vullen van de diensten die ze ondermijnen (red. kranten, boeken, enz.) op het gebied van geproduceerde producten, gecreëerde banen en andere voordelen.” Google wordt in feite gecreëerd door amateurs. Zoekresultaten zijn zeer onbetrouwbaar, omdat er zoveel ‘waarheden’ door

amateurs tussen de zoekresultaten zitten. Mensen zouden zelf hun informatie niet kunnen filteren. Hiervoor hebben we ‘gatekeepers’ (red. journalisten, redacteurs enz.) nodig. Aldus Andrew Keen.

Misschien een goed punt om dieper op in te gaan. Hoe gevoelig zijn we nou eigenlijk voor deze onbetrouwbare informatie? Kunnen we zelf de informatie filteren die Google ons voorschotelt, of hebben we inderdaad deze ‘gatekeepers’ nodig? Of zoals Nicolass Carr zich afvraagt: maakt Google ons dom?3 Hij merkt bij zichzelf dat hij niet meer denkt zoals hij gebruikelijk altijd dacht. Eerder kon hij zichzelf gemakkelijk verliezen in een boek of een lang artikel, maar tegenwoordig kan hij zich niet langer dan enkele pagina’s concerteren. Enkele steekwoorden invoeren in Google levert het gewenste resultaat ook op. En veel sneller.

Is dit slecht? Het is een duidelijke verandering, maar worden we hier ook ‘dommer’ van? Steeds meer mensen (bloggers red.) hebben toegegeven dat ze steeds minder boeken lezen, of zelfs helemaal geen boeken meer. En de generatie die is opgegroeid met Google leest wellicht nooit echt een boek. Dit is een geluid wat je steeds vaker hoort. Mensen scannen artikelen en passages uit boeken, echt lezen is er vaak helemaal niet meer bij. Google berooft ons van onze gedachtes en doepere gedachtes, we gaan steeds meer vertrouwen op de kennis van ‘de computer’ en denken zelf steeds minder na. Een bijkomend voordeel hiervan is misschien wel dat mensen in het filteren van de voor hen relevante informatie uit lange teksten steeds beter worden, maar dit gaat ten koste van het concentratievermogen. Zou dit in verband staan met de bewering die je steeds vaker hoort, namelijk dat kinderen zich steeds minder kunnen concentreren en steeds drukker zijn? Mogelijk. En dat zou dan wel een groot nadeel zijn van diensten als Google. Maar dat is een ander onderzoek.

Waar het uiteindelijk natuurlijk om gaat is of de zoekresultaten die Google geeft vaak betrouwbaar zijn en of gebruikers van de zoekmachine deze betrouwbare resultaten er ook zelf uit kunnen pikken. Of deze gebruikers kunnen zien welke bronnen vooral niet betrouwbaar zijn. Andrew Keen heeft hier duidelijk weinig vertrouwen in; wat bij het lezen van het boek naar voren komt is alles behalve het idee dat mensen zelf in staat zijn goede keuzes te maken. In het blad Discover stond een reactie op het artikel van Nicolass Carr, waarin het tegenovergestelde beweerd werd. Carl Zimmer4 beweert in dit artikel dat het compleet natuurlijk is dat mensen Google gaan gebruiken om informatie op te zoeken, in plaats van antwoorden te vinden door boeken of artikelen te lezen. En dat we hier ook goed in zijn. Hij haalt er de ‘extended mind theorie’ bij. De theorie dat onze hersenen gewend zijn om ‘objecten’ te gebruiken als verlengde van ons lichaam. En hier zijn we goed in. Zoals een stok of ander voorwerp vrijwel direct als een verlengde van ons lichaam wordt gezien door ons brein, kunnen we deze voorwerpen met precisie controleren. Deze objecten zijn natuurlijk tastbaar, en dat is Google niet, maar het laat wel zien hoe goed de mens is om Google te zien als een extensie van hun brein. Mensen zijn erg goed in het filteren van dat wat ze nodig hebben. Andere informatie wordt dan gewoonweg genegeerd door het brein.

Heeft Google altijd gelijk? Nee, zeer waarschijnlijk niet. Andrew Keen heeft een punt wanneer hij zegt dat er heel erg veel amateurbijdragen zijn. En waarschijnlijk vertrouwen mensen gemiddeld veel te veel op de antwoorden die Google hen geeft. Desalniettemin heeft Keen een veel te lagen dunk van de mensen op het gebied van de juiste keuzes maken. Mensen zijn goed in staat om zelf die informatie eruit te pikken die zij relevant achten. Er vanuit gaan dat koning Google toch wel weet hoe je tutoyeren schrijft, is dus helemaal niet zo gek. Koning Google heeft ook altijd het juiste antwoord, je moet hem soms alleen even tussen wat foute antwoorden uit vissen.

Bronnen:

1 Anderson, C. (25-02-2008). Free! Why $0.00 Is the Future of Business. Wired Magazine 16-03-2008. http://www.wired.com/techbiz/it/magazine/16-03/ff_free?currentPage=all

2 Keen, A. (2007). The Cult Of The Amateur, How Todayʼs Internet Is Killing Our Culture and Assaulting Our Economy. P. 6, 27, 35-37

3 Carr, N (06-2008). Is Google Making Us Stupid? The Atlantic. http://www.theatlantic.com/doc/200807/google

4 Zimmer, C (02-2009). How Google Is Making Us Smarter. Discover. http://discovermagazine.com/2009/feb/15-how-google-is-making-us-smarter/

Undo Reflectie

januari 13, 2010

Als lange inleiding wordt in dit artikel het ‘incident’ met de spotprents in Denemarken gebruikt. Na een lange geschiedenisles komt het artikel aan het einde van het eerste deel toe aan het punt waar het artikel eigenlijk echt over gaat: de verandering in de samenleving door nieuwe media, waardoor we steeds meer langs en door elkaar heen gaan leven. Dit speelde een grote rol tijdens de ‘spotprentrellen’ die een Deense krant teweeg zou hebben gebracht. Nieuws ging sneller rond, via internet, sms’jes en andere nieuwe media. En dit werd klakkeloos overgenomen als zijnde de waarheid. En ja, ik heb dat zelf ook meegemaakt toen dit speelde. Mensen (immigranten red.) bleken mailtjes te krijgen over welke producten uit Denemarken kwamen en dus gemeden zouden moeten worden. Of hele supermarkten. De meesten die hier iets op uit deden, wisten niet eens waar het over ging. Enkel dat het ‘wel iets te maken had’ met de Islam.

Deel twee. Meer geschiedenis. De geschiedenis van de media. Veel herhaling van wat ik toch al wel wist. Typmachines, kranten, film (en dus het journaal). En hoe dit de samenleving in de loop van de tijd veranderde. En volgens het artikel vooral in de slechte zin van het woord. Mensen worden gemakszuchtiger. Keuzes worden niet meer zorgvuldig afgewogen, maar er wordt op gevoel af gegaan. Kranten en tijdschriften worden niet meer gelezen; iedereen heeft zich verplaatst naar het internet. Hierdoor staat iedereen met elkaar in verbinding (maar blijkbaar is het hebben van een weblog wel narcistisch) en kan zelf bepalen wanneer hij mee wil doen met de rest. En oja, hypes.

We krijgen steeds meer keuzes en er ontstaan heel veel sociale netwerken. Hierdoor komen sociale verbanden minder vast te liggen. Je kunt met iedereen bevriend zijn, met een klik op de knop. Oftewel: vloeibare moderniteit. Een consumptiecultuur waar alles een haastige keuze is. Niets lijkt langer dan een dag houdbaar.

Deel drie. De generatie die opgroeit met internet: ze lijkt asociaal, egoistisch, hedonistisch en antimaatschappelijk. Maar op internet zijn ze onwaarschijnlijk vrijgevige en onbaatzuchtige netwerkers. Het laatste deel van het artikel is naar mijn mening een beetje wazig. Het exacte doel van dit deel wordt mij niet duidelijk. Het enige wat ik eruit kan halen is dat de waarheid niet bestaat. Wat al vaker gezegd is. Mensen zouden ‘gatekeepers’ nodig hebben om de juiste informatie te vinden tussen de oneindig vele informatie die er te vinden is. Maar zouden die de waarheid er dan wel uit kunnen halen?

Reflectie Werkgroep 7

januari 13, 2010

Door Bruce Dietz

We zijn alweer een werkgroep rijker en het wordt voor mij steeds moeilijker om uitgebreid over de werkgroep te vertellen. Elke werkgroep weer napraten over het hoorcollege, het huiswerk en de artikelen, filmpje kijken, opdracht maken, bespreken en dan lekker weekend hebben! Die regelmaat hoeft  natuurlijk niet fout te zijn, zolang het maar interessant blijft. Nou, dat lukt toch elke les weer als ik voor mijzelf mag spreken.

Na het standaard bespreken van het hoorcollege, de artikelen en het huiswerk kwam er dus nog wat voorbij waar ik even van schrok maar ook heel blij van werd. De herinnering dat ik nog een essay moest maken was even schrikken maar ik ben heel blij dat er nog even extra uitleg werd gegeven!

Toen weer een filmpje, dat deze keer over de techniek en alle geweldige en/of desastreuze gevolgen die de techniek voor ons kan hebben. Ik vond het in eerste instantie niet echt een heel boeiend onderwerp en nog een beetje vaag. Na het geweldige toneelstuk van topacteur The Ploeg met een onzichtbaar wapen in zijn handen werd het alweer wat leuker.

Vervolgens hebben we dus in groepjes, wat ik zelf erg fijn vind werken, nagedacht wie nou de drijvende kracht achter verandering is. Na een kort overleg waren we het al eens dat dat de mens zou moeten zijn. Wij kiezen zelf om techniek in gebruik te nemen en ik zou niet willen zeggen dat de techniek slimmer dan de mens is. De mens krijgt dus van mij alle schuld, of glorie, ligt er maar net aan over welke verandering je het hebt.

Over het algemeen was het dus alweer een leerzame les. Jammer dat ik het onderwerp iets minder vond dan die in de afgelopen weken. Gelukkig is dat mijn persoonlijke mening. Leuke les.

Auteur: Richard de Boer
Door Sylvia Gruijs

RFID, oftewel Radio Frequency IDentification chip, een term waarvan de meeste mensen hem ondertussen wel voorbij hebben horen komen. Zoals de Boer al zegt, het is niet nieuw. Maar ik denk toch dat de meeste mensen niet weten wat het allemaal inhoudt, of allemaal in kán houden. Mensen weten dat er een chip in de OV-chipkaart zit (niet moeilijk te raden he), maar of ze ook weten dat ze gevolgd worden met die chip die in de kaart zit? Dat weet ik zo net nog niet. Persoonlijk weet ik het niet zo goed. Moet die chip alles wat we doen vervangen, moet álles per se met technologie voortgedreven worden op deze manier? Kinderen in Legoland die met een RFID chip lopen zodat ze niet kwijtraken… naar mijn mening is het simpelweg gewoon de taak van de ouders om op je kinderen te letten, nietwaar? Hetzelfde met de zorgboerderij voor Alzheimerpatiënten, daar heb je toch het personeel voor? Of ben ik nu gewoon ouderwets aan het denken?

RFID is aan het groeien in Nederland. Steeds meer producten en services zullen van de chip gebruik gaan maken. Door de hoge kosten en technische moeilijkheden wordt het wel bemoeilijkt. In de supermarkten willen ze het gaan invoeren. Aan de ene kant een super idee natuurlijk, kijk naar het voorbeeld van de C100: die zetten RFID in om versproducten zo snel en vers mogelijk de winkel in te krijgen, om zo informatie te verkrijgen en de kwaliteit te verbeteren. Kijk, daar hebben we wat aan. Maar dan verderop met je mobieltje pinnen? Waar een mobieltje al wel niet goed voor moet zijn over tien jaar. Tevens, ik citeer: “Het koopgedrag en de koopmotieven van het individu worden gevolgd, geanalyseerd en begeleid met persoons-gebonden aanbiedingen en kortingen. Cookies in de supermarkt dus.” Hoeveel mensen zitten daar op te wachten, men wordt al dol van de simpele televisiereclames, laat staan dat je gebombardeerd wordt met persoonlijke spots. Op dat gebied lijkt het mij geen fijne toepassing, het is naar mijn idee niet iets wat de mens wilt en het zal mij benieuwen als dat in werkelijk wordt toegepast.

Zoals ik al vermoedde, weten Nederlanders weinig tot niets over wat de RFID chip werkelijk is en doet. De meeste mensen accepteren alles zonder er bij na te denken. Schermer van het RFID Platform beweert in het artikel “dat er over 20 jaar geen privacy meer is”, ik denk dat hij daar wel eens goed gelijk ik kan hebben. De onwetendheid van mensen kan ze wel eens de kop kosten. Alhoewel de regering ook niet veel uitleg geeft over nieuwe ‘technologieën’ (wie snapt er iets van de OV-chipkaart?). De privacywetten kunnen flink gaan lijden onder de vrije invoering van RFID. Zoals genoemd wordt, het gebrek aan toezicht op het gebruik van persoonsgegevens, is een vrij grote issue. Ik denk persoonlijk dat als ze de RFID chip zo gaan invoeren dat álle gegevens opgeslagen worden en gezien kunnen worden door menig mens, zonder dat je dat zelf weet,  de samenleving op zijn kop staat. Ieder heeft hoogstwaarschijnlijk andere doeleinden bij het gebruik van RFID en de eventuele (persoons)gegevens. Moet je in je privéleven ook nog gaan opletten wat je doet, voordat alles vast komt te liggen in een database? Het is niet voor niets je privé leven.

Voor mij hoeft het allemaal niet zo zeer, die RFID chip. Overal gevolgd worden, je sporen achterlaten. Een immuunsysteem lijkt mij inderdaad een fijne ontwikkeling op de RFID chip. In de hoop dat je dan nog je privéleven kunt behouden, indien het zo ver komt.

Reflectie op The Long Tail

januari 7, 2010

Door Sander Bruggeman

Het eerste wat me, in positieve zin, opvalt tijdens het lezen van dit artikel is dat het de voordelen van web 2.0 van de creatieve sector laat zien. Na weken eigenlijk alleen maar negatieve aspecten van de ontwikkelingen op het internet naar me toe gesmeten te hebben gekregen (door Andrew Keen uiteraard) is het een verademing om te lezen dat er toch ook wel positieve aspecten zijn. Juist ook voor de creatieve sector!

Al tijden maken de grote platenbazen grote heisa over het downloaden van muziek. Misschien niet zo gek, want door de online muziekwinkels beheersen ze niet meer de totale muziekmarkt. Ook de kleinere “recordlabels” kunnen muziek van hun artiesten in de winkel plaatsen, omdat er ongelimiteerd plek voor is. Mensen ontdekken dat er meer is dan de artiesten die alle “top-zoveels” versieren. En met boeken en films is dit exact hetzelfde.

Een fijn idee, het idee dat jou niet meer opgelegd wordt wat je moet luisteren, kijken en lezen. Dat is toch sowieso een positieve ontwikkeling, daar durf je toch niks tegenin te brengen? Ik denk dat de enigen die zich misschien zorgen moeten gaan maken door deze ontwikkeling de platenzaken, boekwinkels enzovoorts zelf. Voor de rest van de hele industrie is er wel plek op het internet, daar valt nog genoeg te verdienen. Ze zouden zich er alleen wat meer op moeten richten.

Chris Anderson heeft het in zijn artikel ook over de drie regels van The Long Tale (wat, geloof ik, verwijst naar de “langere lijst” met aanbod wat het grootste voordeel is van de internetwinkel ten opzichte van de fysieke winkels). Chris noemt het regels, wanneer ik het lees zie ik het meer als de voordelen van internetwinkels ten opzichte van fysieke winkels.

De eerste regel beslaat het aanbod. Zorg dat het aanbod groot is, heel erg groot. Zorg eigenlijk gewoon dat je alles hebt. Oftewel: het voordeel van de online winkels dat ze een onbeperkt groot “schap” hebben. Het enige wat ze in feite nodig hebben is webruimte om de muziek op te slaan. Of eventueel een groot magazijn met een voorraad dvd’s, boeken of films. Op deze manier kunnen ook de mensen die van bijvoorbeeld documentaires houden, en daardoor helaas bij de gewone videotheek of winkel al snel afdruipen, een keuze hebben uit honderden documentaires. En zo werkt het voor elke nichemarkt.

De tweede regel slash voordeel is de prijs. Online winkels hebben veel meer de mogelijkheid om hun prijzen te verlagen. Sowieso wanneer het om downloadbare muziek, films of boeken gaat, zijn er geen verpakkings-, verzendings- en transportkosten. De prijs van de producten zou dus ook aanzienlijk lager kunnen zijn dan de winkelprijs in fysieke winkels. Dat is vaak niet zo. In iTunes betaal je nu nog 99 cent voor elk muziekbestand, wat ongeveer neerkomt op de prijs van elk nummer wanneer je de cd zou kopen en het om zou rekenen. Van twee kanten wordt dit aangevallen. De een vindt dat het te weinig is, omdat er door de artiest aanzienlijk minder verdient wordt wanneer er slechts enkele nummers gekocht worden, in plaats van het hele album. (Wat natuurlijk raar is, aangezien die mensen dan duidelijk slechts enkele nummers van jouw album willen, dat lijkt me ook hun goede recht.) Van de andere kant wordt het juist gezien als te hoog, om de redenen die ik eerder heb genoemd. Door de lagere kosten zou de muziek ook goedkoper moeten worden. Wat mij persoonlijk ook een stuk logischer in de oren klinkt.

Het derde voordeel (regel) van online winkels is de vindbaarheid van hun producten. Niet alleen zijn de, soms wat alternatievere, producten die mensen zoeken heel snel te vinden door goede zoekmachines, ook kunnen soortgelijke producten gemakkelijk gevonden worden. Dat is het voordeel van online winkels, ze kunnen soortgelijke producten aanbevelen. Of producten die mensen die dit product aangeschaft hebben ook hebben aangeschaft promoten. De promotie in zijn geheel kan veel meer worden afgestemd op de gebruiker zelf. Niet op een heel land tegelijk, zoals nu nog veel gebeurd op straat en op tv (denk aan MTV en TMF, die vooral videoclips die in de top-zoveel van Nederland uitzenden).

Fijn dus, om na Andrew Keen eens zo’n positief artikel te lezen. Een artikel waar ik het dan ook grotendeels mee eens ben.

Reflectie Werkgroep 6

januari 6, 2010

Door Bruce Dietz

Wat een spannende les was het! Nou ja, waarschijnlijk niet voor iedereen maar voor mijn groepje in ieder geval wel. Ik had ook nooit verwacht dat ik ooit voordat de les begonnen was al zoveel met de les bezig zou zijn.

De les was voor mij meteen al goed geslaagd toen we in onze zomerse kleding binnen kwamen lopen en onder andere door Theo behoorlijk raar aangekeken werden. Ik vond het erg grappig om tijdens te presentaties te zien dat sommige mensen een heel simpele actie hadden verzonnen en anderen een uitgebreide uitleg over het probleem en de oplossing kwamen vertellen. Ook qua discoursen was er nog een hoop te leren. Ik besefte me pas tijdens de les over hoeveel dingen ik nog niet nagedacht had terwijl ik tijdens de les daarvoor nog dacht vrij veel discoursen bedacht te hebben met mijn team.

Na de presentaties was daar weer het moment waarop niemand vragen heeft over het huiswerk of het stuk van Andrew Keen wat ik zelf erg onwaarschijnlijk vind hoewel ik er zelf ook aan mee doe.

Na dit ontzettend interessante vragenmoment begonnen we aan de nieuwe opdracht. Een inleidend filmpje (wat het bij mij altijd wel goed doet) met daarna een moment van nadenken en met elkaar er over praten. Ik vond het onderwerp geld erg leuk gekozen omdat ik toevallig die avond daarvoor het er nog over had gehad dat alles alleen nog maar om geld draait. Toch was het wel interessant om over de gevolgen na te denken hoewel we naar mijn mening wel erg snel klaar waren. Dit was ook wel lekker omdat de vakantie er aan kwam en ik eigenlijk gewoon lekker naar huis toe wilde.

Kortom, ik vond het een goede les om mee af te sluiten voor de vakantie en vond de piratenactie een erg leuk idee!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.